’T WITWASSERTJE
Enige tijd geleden zag ik in De Tijd een foto van ’t Witwassertje, in de mooie rubriek ‘Nergens zonder weg’ van Rik Van Puymbroeck.
Ik knipte het artikel uit en legde het zorgvuldig opzij.
Waarom precies? Dat wist ik aanvankelijk niet meer.
Tot ik onlangs — om een reden die mij intussen eveneens ontsnapt — door Zonhoven reed en plots opnieuw oog in oog stond met… ’t Witwassertje.
Een déjà vu.
En neen, het was geen optische illusie: ’t Witwassertje blijkt zowel in Paal als in Zonhoven terug te vinden te zijn.
Voor alle duidelijkheid: er is natuurlijk geen enkele reden om aan te nemen dat daar iets anders wordt witgewassen dan hemden, broeken, lakens en misschien af en toe een hardnekkig bevlekt tafelkleed.
Maar als accountant-belastingadviseur krijgt het woord ‘witwassen’ nu eenmaal een heel andere bijklank. (vandaar ook dat ik het artikel had bijgehouden)
Wij behoren immers tot de vele beroepen die onderworpen zijn aan de Belgische antiwitwaswetgeving.
Banken, betalingsinstellingen, levensverzekeraars, kredietgevers, beleggingsondernemingen en aanbieders van cryptoactivadiensten behoren ertoe. Maar ook bedrijfsrevisoren, accountants, belastingadviseurs, notarissen, gerechtsdeurwaarders, bepaalde advocaten, vastgoedmakelaars, dienstenverleners aan vennootschappen, diamanthandelaars, kunsthandelaars, veilinghuizen, professionele voetbalclubs, voetbalmakelaars, bewakingsondernemingen, kansspelinrichtingen en zelfs professionele verhuurders van brandkasten vallen — ieder binnen hun eigen wettelijke toepassingsgebied — onder deze regeling.
De antiwitwaswet spreekt dan ook niet eenvoudigweg over een bepaald aantal beroepen, maar bevat momenteel 39 actieve wettelijke categorieën van onderworpen entiteiten.
Deze beroepsbeoefenaars en instellingen moeten onder meer:
- hun cliënten identificeren;
- hun identiteit verifiëren;
- de uiteindelijke begunstigden achterhalen;
- het doel en de aard van de zakelijke relatie begrijpen;
- de mogelijke risico’s beoordelen;
- atypische verrichtingen onderzoeken;
- en hun informatie regelmatig actualiseren.
Wanneer zij weten, vermoeden of redelijke gronden hebben om te vermoeden dat geldmiddelen of verrichtingen verband houden met witwassen of terrorismefinanciering, moeten zij daarvan melding maken bij de Cel voor Financiële Informatieverwerking, beter bekend als de CFI.
Niet iedere cliënt of verrichting moet dus worden gemeld. Maar iedere onderworpen beroepsbeoefenaar moet wel voortdurend waakzaam blijven.
Overigens wordt het ontstaan van het woord ‘witwassen’ vaak verbonden met Al Capone. Volgens het bekende verhaal zou hij zijn illegaal verdiende geld via wasserettes in het legale economische circuit hebben gebracht.
Zoals dat wel vaker gaat met mooie verhalen, blijkt ook dit verhaal sterker te zijn dan het historische bewijs. De organisatie rond Al Capone had wel degelijk belangen in schoonmaak- en ververijbedrijven, maar dat de uitdrukking money laundering werkelijk daar is ontstaan, kon nooit worden aangetoond.
Het eerste gedocumenteerde gebruik van de term in zijn huidige betekenis dateert pas uit 1973, rond het Watergateschandaal…
De praktijk van het witwassen zelf is natuurlijk veel ouder.
Maar terwijl de technieken van witwassers steeds moderner en vernuftiger worden, blijft onze administratie soms opvallend traditioneel.
Een ondernemer moet vandaag vaak dezelfde identiteitsgegevens, statuten, aandeelhoudersstructuur, UBO-informatie en bewijsstukken bezorgen aan zijn accountant, bankier, notaris, verzekeraar, advocaat en andere dienstverleners.
Ieder van hen moet vervolgens grotendeels hetzelfde onderzoek opnieuw uitvoeren en een afzonderlijk dossier bijhouden.
Dat heeft vanzelfsprekend een wettelijke reden: iedere beroepsbeoefenaar blijft persoonlijk verantwoordelijk voor zijn cliëntenonderzoek, zijn risicobeoordeling, zijn voortdurende waakzaamheid en een eventuele melding aan de CFI.
Maar moet daarom ook alle objectieve basisinformatie telkens opnieuw worden opgevraagd en verzameld?
Misschien wordt het tijd voor een ‘digitaal antiwitwaspaspoort’ voor iedere onderneming.
Geen attest dat een onderneming voor altijd ‘proper’ verklaart, maar een beveiligde en voortdurend bijgewerkte gegevenskluis met onder meer:
- de geverifieerde identiteit van de onderneming;
- haar bestuurders en vertegenwoordigers;
- haar aandeelhoudersstructuur en uiteindelijke begunstigden;
- de herkomst en geldigheidsdatum van de bewijsstukken;
- en een overzicht van de laatste controles en actualisaties.
Met toestemming van de onderneming zouden wettelijk bevoegde beroepsbeoefenaars deze objectieve gegevens kunnen raadplegen. Zij behouden vanzelfsprekend hun eigen verantwoordelijkheid, waakzaamheid en professionele beoordeling, maar hoeven niet telkens opnieuw dezelfde identiteitskaart, dezelfde statuten, hetzelfde UBO-uittreksel en hetzelfde organigram op te vragen.
België beschikt sinds 2014 over de Only Once-wet. Het uitgangspunt daarvan is even eenvoudig als verstandig: informatie die al bij de overheid beschikbaar is, zou niet telkens opnieuw aan burgers en ondernemingen mogen worden gevraagd.
Waarom zouden we dat principe niet doortrekken naar de strijd tegen witwassen?
Daarom een oproep aan de politiek, de bevoegde overheidsdiensten en onze beroepsinstituten en sectorfederaties: breng alle betrokken partijen samen en onderzoek de invoering van een veilig digitaal antiwitwaspaspoort. En als men hulp nodig heeft… laat het mij maar weten!
De beroepsbeoefenaar behoudt zijn eigen verantwoordelijkheid en waakzaamheid, maar geverifieerde basisgegevens hoeven toch niet telkens opnieuw te worden verzameld?
Laat ons het Only Once-principe eindelijk ook hier toepassen:
Eén keer correct geverifieerd.
Meervoudig veilig gebruikt.
Zo maken we witwassen moeilijker, zonder eerlijk ondernemen nodeloos zwaarder te maken.
Want wie witwassen wil bestrijden, hoeft de eerlijke ondernemer toch niet telkens opnieuw door dezelfde administratieve mangel te halen…
Hier het artikel van Rik Van Puymbroeck: Nergens zonder weg in Paal – De Tijd
P.S. onderzoek, mijn tekst nalezen én afbeelding met behulp van AI







