Vrijdag Filosofie
Niet 'hoe' maar 'waarom'.
Waarom stellen sommige mensen voortdurend vragen, terwijl anderen zonder veel nadenken aannemen wat hun wordt verteld?
Die vraag hield de Duitse filosoof Friedrich Nietzsche (1844–1900) zijn hele leven bezig.
Nietzsche groeide op in een streng protestants gezin. Zijn vader, een predikant, overleed toen Friedrich amper vier jaar oud was. Hij werd vervolgens opgevoed door zijn moeder, grootmoeder en twee tantes. Al op jonge leeftijd begon hij zich af te vragen of overtuigingen waar zijn omdat ze ‘waar zijn’, of omdat ze van generatie op generatie worden doorgegeven.
Die vraag zou zijn hele filosofie bepalen.
Volgens Nietzsche leven veel mensen volgens waarden die zij hebben geërfd van hun ouders, hun omgeving of hun tijd, zonder zich ooit af te vragen of die waarden werkelijk de hunne zijn. Hij riep mensen op om niet blind de overtuigingen van anderen te volgen, maar zelf op zoek te gaan naar wat voor henzelf waar en waardevol is.
- Waarom geloof ik wat ik geloof?
- Waar komt mijn overtuiging vandaan?
- Heb ik dit zelf onderzocht?
- Zou het ook anders kunnen zijn?
Dat vraagt moed. Want wie zijn eigen overtuigingen onderzoekt, ontdekt dat de gemakkelijkste weg niet altijd de meest authentieke is.
Nietzsche eigen leven was verre van eenvoudig. Hij kampte jarenlang met zware gezondheidsproblemen, leefde vaak in eenzaamheid en werd tijdens zijn leven nauwelijks begrepen. Toch zag hij lijden niet uitsluitend als iets dat een mens moet ondergaan, maar ook als een kracht die kan bijdragen aan persoonlijke groei, innerlijke sterkte en wijsheid.
Zijn bekendste uitspraak vat die levensvisie kernachtig samen:
"Wie een 'waarom' heeft om voor te leven, kan bijna elk 'hoe' verdragen."
("Wer ein Warum zum Leben hat, erträgt fast jedes Wie.") — Friedrich Nietzsche
De uitspraak verscheen in 1889 in zijn boek Götzen-Dämmerung (Twilight of the Idols), een van zijn laatste werken. Daarin bekritiseert Nietzsche de vanzelfsprekendheden van zijn tijd en roept hij de lezer op om bestaande zekerheden kritisch te onderzoeken en zelf verantwoordelijkheid te nemen voor zijn leven.
Zestig jaar later kreeg deze gedachte een nieuwe en aangrijpende betekenis.
De Oostenrijkse neuroloog, psychiater én Holocaustoverlevende Viktor Frankl (1905–1997) citeerde deze uitspraak in zijn boek ... trotzdem Ja zum Leben sagen – Ein Psychologe erlebt das Konzentrationslager (1946). Toen het boek in 1959 onder de Engelse titel Man's Search for Meaning verscheen, werd het wereldwijd bekend. De Nederlandse vertaling verscheen later onder de titel De zin van het bestaan.
Frankl verloor tijdens de Holocaust zijn ouders, zijn broer en zijn zwangere echtgenote. Zelf overleefde hij meerdere concentratiekampen. Uit die ervaringen ontwikkelde hij de logotherapie, een vorm van psychotherapie waarin de zoektocht naar betekenis centraal staat. Voor Frankl werd Nietzsches uitspraak geen filosofische theorie, maar een levenswerkelijkheid: wie een diepere zin in zijn leven ontdekt, vindt vaak ook de kracht om het onverdraaglijke te verdragen.
Die gedachte is vandaag nog even actueel.
Niet de omstandigheden alleen bepalen wie wij worden. Doorslaggevend is de betekenis die wij eraan geven. Wie zijn eigen 'waarom' ontdekt, vindt vaak ook de kracht om moeilijke wegen te blijven bewandelen.
EDDIS Reflectie
Filosofie begint niet met antwoorden, maar met vragen. Ze begint met de moed om je eigen overtuigingen te onderzoeken. Pas wanneer we bereid zijn onze vanzelfsprekendheden kritisch te bekijken, ontstaat de vrijheid om bewust te kiezen welke waarden ons leven richting geven.
Wie zijn eigen 'waarom' vindt, hoeft niet langer te leven volgens het 'waarom' van anderen.
Voor wie verder wil lezen
Friedrich Nietzsche (1844–1900)
Götzen-Dämmerung (Twilight of the Idols) – 1889
Viktor Frankl (1905–1997)
... trotzdem Ja zum Leben sagen – Ein Psychologe erlebt das Konzentrationslager – 1946
Internationale titel: Man's Search for Meaning – 1959
Nederlandse titel: De zin van het bestaan







